Jos Verdegem
Jos Verdegem werd geboren te Gent op 3 mei 1897. Vader en moeder Verdegem waren arbeiders die in de textielindustrie werkten. Jos groeide op in de Muide en ging er naar school. Als twaalfjarige ging Verdegem bij een huisschilder werken maar bezocht tegelijk in avondschool de Gentse Academie. Hij had les van Frits Van den Berghe, Carolus Tremerie en Henri Van Melle. De laatste twee jaren eindigde hij als primus van de tekenklas. In 1913 volgde hij lessen ‘levend model’ bij George Minne. Hij had er onder meer Jules Boulez, Jules De Coster en Albert Saverys als medestudenten.
Bij het uitbreken van de oorlog meldde Verdegem zich als vrijwilliger. Op 4 augustus 1914 raakt de zeventienjarige gewond en werd naar Engeland overgebracht. Pas in 1916 was hij terug en kon door bemiddeling van Marie Belpaire terecht in de zogenaamde Kunstcompagnie. Hij had er onder meer contact met Alfred Bastien, Achiel Van Sassenbroeck, Médard Maertens en Anne-Pierre de Kat. Na de oorlog hervatte Verdegem zijn studies aan de Gentse Academie en kreeg les van Jean Delvin. Het jaar erop installeerde hij een ateliertje in het Pand. 1922 lijkt voor Verdegem het jaar van de doorbraak te zijn geweest. Hij nam deel aan tentoonstellingen in Brussel (Galerie L. Manteau), in de Gentse 'Cercle Artistique' (samen met o.m. Callewaert) en participeerde aan de Salons te Gent en Antwerpen (Kunst Van Heden).
Door het succes van die tentoonstellingen lag voor de kunstenaar de weg open om naar Parijs uit te wijken. Hij zou er tot op het einde van de jaren twintig verblijven. Hij trouwde in 1923 en verhuisde naar Nogent-sur-Marne op 15 km van de stad. Verdegem bleef wel exposeren in België. Naast zijn deelnames aan de Salons, exposeerde hij werken bij 'Le Centaure' en bij de Brusselse galerieën G. Giroux en Louis Manteau. Te Parijs nam Verdegem deel aan de 'Salon des Indépendants' en 'Salon d’Automne', twee salons waar de buitenlandse ‘moderne’ schilders steeds welkom waren. Zijn etsen werden er getoond in de galeries van E. De Frenne en van A.G. Fabre.
In 1929 verhuisde Verdegem met vrouw en schoonfamilie terug naar Gent. De terugkeer liep voor Verdegem echter niet zo vlot als verwacht. De kunstenaar kon geen aansluiting vinden bij de Belgische avant-garde en hoewel hij ook vaak in Brussel en Antwerpen exposeerde, kwam zijn carrière niet echt van de grond. De jaren dertig waren voor de kunstmarkt een zeer moeilijke periode; vele galeries en kunstenaars raakten in financiële problemen. De meeste avant-garde galeries sloten de deuren en vele vooruitstrevende kunstenaars begonnen meer traditiegetrouwe werken te maken, in de hoop opnieuw een koperspubliek te vinden. Voor Verdegem kwam een oplossing die de kunstenaar voor de komende jaren financiële onafhankelijkheid zou garanderen: hij werd benoemd als leraar aan de Gentse Academie in het najaar van 1932.
In 1936 overleed Verdegems vrouw ten gevolge van complicaties bij de bevalling van zijn zoon Lievin Albert Claude (°8/11/1936). De kunstenaar hertrouwde in 1937 met een van zijn leerlingen aan de academie, Elza Vervaene, bijna twintig jaar jonger dan Verdegem.
In de jaren 1938-1939 legde Verdegem zich volledig toe op zijn etsproductie. Deze periode van intense activiteit werd onderbroken door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hij vluchtte met zijn vrouw naar Limoges waar hij vele tekeningen maakte, die nadien werden tentoongesteld in Galerie Vyncke te Gent, na de terugkeer van het echtpaar naar Gent. Tijdens de oorlogsjaren gaf Verdegem nog steeds les aan de Academie en stelde hij tentoon in eigen land en in Duitsland. Dit feit, gecombineerd met zijn deelname aan de Guldensporenviering te Gent in 1941, resulteerde in het verlies van zijn lerarenbetrekking aan de academie na de oorlog. Voor Verdegem braken zware tijden aan. Zijn financiële vangnet was verdwenen en de kunstenaar zag zich genoodzaakt om werk te zoeken. Zo begon hij strips te tekenen in feuilletonvorm, om bij te verdienen. Verdegems huwelijk liep spaak en de aanbieding voor tentoonstellingen bleven uit. Pas in 1948 kwam de kunstenaar weer naar buiten, met een expositie in de Galerie Vyncke. In de naoorlogse periode zoul Verdegem een groot deel van zijn vroegere oeuvre herwerken.
Sporadisch had Verdegem nog enkele tentoonstellingen in zijn geboortestad, maar de kunstenaar kon zich niet verzoenen met het naoorlogse artistieke klimaat. De laatste tien jaren van zijn leven exposeerde hij bijna niet meer. Op 15 september 1957 overleed de kunstenaar in het Bijloke hospitaal. Verdegem was toen door de meeste kunstliefhebbers vergeten.
Door de perikelen bij de successie van het werk van de kunstenaar en door het feit dat Verdegems enige zoon slechts 19 jaar was, duurde het tot de jaren zeventig, vooraleer het werk van de kunstenaar werd herontdekt en opnieuw tentoongesteld. Het verschijnen van de Verdegem monografie (met een volledige catalogus van de etsen) in 1977 droeg bij tot de herwardering van een kunstenaar die op een geheel eigen manier zijn invulling van het Vlaamse expressionisme en post-expressionisme gaf.
Het werk van Jos Verdegem bevindt zich voornamelijk in belangrijke Gentse privé verzamelingen maar het Gentse Museum voor Schone Kunsten bezit verscheidene werken van de kunstenaar.
Selectieve Bibliografie.
Piron P., Dictionnaire des Artistes Plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siècles, Bruxelles, Art in Belgium, 2003, tome 2.
Pas W. & G., Biografisch Lexicon Plastische Kunst in België - Schilders, Beeldhouwers, Grafici 1830-2000, Antwerpen, De Gulden Roos, 2000, deel 2.
Bénézit E., Dictionnaire critique et documentaire des Peintres, Sculpteurs, Dessinateurs et Graveurs, Paris, Librairie Gründ, 1999, tome 14.
Huys P., e.a., Jos Verdegem – Periode 47-50, Deurle, Museum Dhondt Daenens, 1987.
Jos Verdegem 1897-1957, Mechelen, Galerij Nova, 10/1978.
Retrospectieve Jos Verdegem, Gent, Museum voor Schone Kunsten, 25/02-17/04/1977.
Marijnissen R.H.; Huys P., Verdegem – met een kataloog van het grafisch oeuvre, Brussel, Arcade, 1977.
Vanbeselaere W., Jos. Verdegem –Kunstenaars Van Heden, Antwerpen, Standaard Boekhandel, s.d. [1944].