Louise Coupe
Louise Coupé werd geboren te Gent op 16 juni 1877. Zij volgde privé lessen bij Désiré De Keghel, een Gentenaar die gespecialiseerd was in het schilderen van bloemenstillevens en die les gaf aan tal van Gentse vrouwelijke schilders. Coupé volgde ook lessen bij de befaamde Antwerpse stilleven schilder Frans Mortelmans. Daarna ging ze studeren aan de Gentse Academie, die toen onder de leiding stond van Jean Delvin.
Louise debuteerde waarschijnlijk op het Gentse Salon van 1906. Ze zond een bloemenstilleven in Bleuets. Vrijwel doorheen haar hele carrière zou zij zich concentreren op het schilderen van bloemen in een interieur. Van Herrewege schreef:
“[...] Dans ses natures-mortes (qui permettent de la classer parmi les intimistes) la somptuosité tonitruante est bannie au profit d’une poésie personnelle délicieuse, d’un charme pur dont la grâce discrète s’extériorise en tonalités généralement apaisées et calmes ; avec une ferveur recueillie elle a transporté le monde visible dans des harmonies douces, appliquant avec goût des accords de couleurs raffinées. […] elle a su grouper, avec une rare bonheur de mise en page et une exquise désinvolture, les accessoires, tissus opulents, vieilles porcelaines, verres précieux, cristaux vénérables, bouquets de fleurs, paniers de fruits, assiettes craquelées. »
De stillevens van Louise Coupé zijn inderdaad geen fel gekleurde en beweeglijke composities, het lijken eerder toevallig bij elkaar gezette voorwerpen en bloemen die met een groot gevoel voor harmonisch kleurgebruik door de schilderes werden vereeuwigd.
Coupé stelde regelmatig tentoon op het Gentse Salon. Tijdens de eerste wereldoorlog, toen de artieste mogelijk te Den Haag verbleef, was er een korte onderbreking. De grote successen van de kunstenares kwamen in de jaren twintig en dertig. Coupé’s werken werden steevast goed onthaald in de pers. Naar aanleiding van haar inzending op het Salon te Gent van 1922 schreef Frédéric De Smet:
“Salle 10 – 41 toiles et 7 sculptures. Aspect rassurant, vie et lumière. [...] Les deux natures mortes de Mlle Louise Coupé apportent ici leur note gaie et savoureuse, art très fin et que nous estimons. […] »
Verder stelde ze af en toe ten toon in de Cercle Artistique et Littéraire te Gent. Haar werken werden aangekocht door belangrijke verzamelaars. Zo bezat Koningin Elisabeth werken van haar. Verder waren schilderijen van Louise Coupé te zien in de musea van Gent, Den Haag (waar ze gedurende vijf jaar woonde) en te Noorwegen en Zweden. Toch had de schilderes, die overleed te Gent op 22 januari 1945, niet het gevoel ‘een beroemdheid’ te zijn geweest en zij was dankbaar dat de druk van de publieke erkenning haar was bespaard. Enkele weken voor haar dood schreef ze aan Van Herrewege:
“J’aimais passionnément mon travail pour lui-même; tout le reste m’inquiétait fort peu et jamais je n’ai travaillé pour ... l’immortalité ... J’étais si heureuse de travailler dans l’ombre, sans jamais jouer du coude, ou demander une faveur. »
Selectieve Bibliografie.
Koninklijke Kunst- en Letterkundige Kring – Cercel Royal Artistique et Littéraire 1879-1989, Gent, Koninklijke Kunst- en Letterkundige Kring, 1989.
Van Herrewege G., Femmes Peintres à Gand 1792-1955, Gent, s.e., s.d. [1955].
De Seyn E., Dictionnaire Biographique des Sciences, des Lettres et des Arts en Belgique, Ed; l’Avenir, Bruxelles, 1936, tome 1.