Rodolphe De Saegher
Rodolphe De Saegher werd geboren te Gavere in 1871. Hij was jurist van opleiding, maar uit liefde voor de kunst ging hij les volgen aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten. Naast advocaat aan de Gentse balie (waar hij volgens collega’s vaak zat te tekenen in de rechtszaal) was De Saegher een centrale figuur binnen de Gentse ‘Cercle Artistique et Littéraire’, een van de belangrijkste kunstverenigingen van het land tijdens de eeuwwisseling. In 1900 stichtte hij samen met Armand Heins het tijdschrift ‘La Petite Revue de l’Art et de l’Archéologie’.
Door zijn centrale positie binnen het Gentse cultuurleven onderhield hij contacten met alle belangrijke Gentse kunstenaars en was hij een goede vriend van onder meer Emile Claus, Georges Buysse en Albert Baertsoen.
In 1903 vatte hij samen met Anna De Weert, met wie hij vaak exposeerde, het plan op een vereniging van Belgische luministen op te richten. Hij was dan ook een van de stichtende leden van ‘Vie et Lumière’ (1904) en stelde met de kring tentoon bij ‘La Libre Esthétique’. Verder stelde de kunstenaar tentoon op het ‘Salon d’Automne’ te Parijs, in Londen, Wenen (in 1901), Boedapest en Venetië. In 1909 werd een pastel aangekocht door de Italiaanse staat en in 1913 kocht het Gentse museum een grote pastel aan. In de jaren twintig schonk De Saegher een triptiek aan het museum. Verder kon men zijn werken zien in de musea van Budapest en Venetië.
De Saegher diende niet van zijn werk te leven; als advocaat verdiende hij meer dan genoeg om in zijn levensonderhoud te voorzien. Toch werd hij door zijn collega-schilders als volwaardig kunstenaar aanzien. In 1928 verscheen een artikel in het invloedrijke Gentse kunsttijdschrift ‘Gand Artistique’ over de pastels van De Saegher. Het was inderdaad in zijn pastels dat de schilder het beste van zichzelf gaf. Als geen ander wendde hij de techniek van het pastelkrijt aan tot het creëren van kleine meesterwerken. Georges Chabot beschrijft hoe de kunstenaar de trein naar ‘den buiten’ nam om er in zijn vrije uren naar de natuur te tekenen. Opvallend zijn de felle kleurcontrasten in zijn werk: groenen en blauwen overheersen terwijl roden, oranje en wit zorgen voor de accenten. Zijn thema’s, de rurale landschappen rondom Gent, worden met een ongelooflijke trefzekerheid weergegeven bij zomers licht of onder dikke pakken sneeuw.
Minder bekend zijn de oliewerken van de schilder, die eerder zeldzaam zijn. Hoewel hij vaker naar het pastelkrijt greep dan dat hij de borstels ter hand nam, was De Saegher tevens een begenadigd olieverfschilder. Zijn stijl is goed vergelijkbaar met de werken van zijn vriend Emile Claus of van Georges Buysse. Toch lijkt olieverf voor De Saegher op de tweede plaats te komen. Het is niet duidelijk waarom hij zo weinig oliewerken maakte, want kwalitatief zijn ze even hoogstaand als zijn meer bekende pastels.
Na het overlijden van Emile Claus werd Rodolphe De Saegher voorzitter van het comité ter oprichting van een monument voor de kunstenaar. Tevens was hij Schepen van Cultuur te Gent, provincieraadslid en volksvertegenwoordiger. Toch wenste hij bekend te blijven niet als politicus of advocaat maar als: “Artiste peintre, paysagiste [peintre de] neiges, effets de lumière, horizons et ciels”, waarmee de kunstenaar zelf zijn belangrijkste thema’s omschreef.
Selectieve Bibliografie.
Hozee R. (ed.), Museum voor Schone Kunsten Gent – Catalogus schilderkunst – deel II 19de-20ste eeuw, Gent, Vrienden van het Museum, 2007.
Piron P., Dictionnaire des Artistes Plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siècles, Bruxelles, Art in Belgium, 2003, tome 1.
De Smet J., Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie 1870-1970, Tielt, Lannoo, 2000.
Pas W. & G., Biografisch Lexicon Plastische Kunst in België - Schilders, Beeldhouwers, Grafici 1830-2000, Antwerpen, De Gulden Roos, 2000, deel 1.
Tentoonstellingscatalogus: De vrienden van Scribe - de Europese smaak van een Gents Mecenas, Gent, Museum voor Schone Kunsten, 12/12/1998-14/03/1999.
De Seyn E., Dictionnaire biographique des Sciènces, des Lettres et des Arts en Belgique, Bruxelles, Ed. L'Avenir, 1935, tome 1.
Onbekend in Annuaire Général des Beaux-Arts de Belgique, Bruxelles, Ed. Aryenne, tome 1, 1930.
Chabot G., Les pastels de Rodolphe De Saegher in Gand Artistique, 7ième année, juin 1928, n° 6.